Onder laden...
 

                 

          
 

>> De fabrikanten en de verdelers van EPI (individuele bescherming)
 
Zij zijn onderworpen aan de richtlijnen PBM 2016/425.

De richtlijn legt de verschillende categorieën van de PBM’s vast, alsook de certificeringsprocedures en de reglementeringswijze, de vereisten en essentiële regels aan dewelke de artikelen moeten beantwoorden
vooraleer deze op de markt kunnen worden gebracht.

Het reglement legt eveneens de plichten vast van alle economische acteurs (fabrikanten, mandatarissen, invoerders en distributeurs) en stelt de evaluatieregels op voor aangemelde instanties.

>> De werkgevers

De werkgevers zijn onderworpen aan de richtlijn 89/656/CEE van 30 november 1989 ‘betreffende de minimale veiligheids- en gezondheidsvoorschriften voor het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen door de werknemers tijdens hun werkzaamheden.

De richtlijn beschrijft de verplichting van de werkgevers om persoonlijke beschermingsmiddelen ter beschikking te stellen wanneer de risico’s niet kunnen verhinderd worden door andere middelen, door technieken voor collectieve bescherming of door maatregelen, methoden of werkwijzen binnen de werkorganisatie.’

Deze verantwoordelijkheid wordt herhaald in de arbeidswet, artikel R. 4321-4.

« De werkgever stelt, naargelang de behoefte, geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen ter beschikking, en in geval dat het bijzonder ongezond karakter dit vereist, eveneens geschikte werkkleding. Hij waakt erover dat deze effectief gebruikt worden ».

>> De werknemers en gebruikers van PBM’s

De werknemers zijn niet onderworpen aan een reglementering. De arbeidswet wijst hen op de verplichting om zich voldoende te beschermen:
artikel L.4122-1: « Elke werknemer heeft de verantwoordelijkheid om, in functie van zijn opleiding en volgens zijn mogelijkheden, zijn gezondheid en zijn veiligheid te beschermen ».


Van fabrikant, over werkgever, tot gebruiker van het PBM: elkeen van de spelers draagt verantwoordelijkheid.
 
>> DEFINITIE PBM : 

De richtlijn 2016/425 geeft de volgende definitie:

Uitrusting ontworpen en vervaardigd om gedragen te worden door een persoon om hem te beschermen tegen één of meerdere risico’s. (maken tevens ook deel uit van de PBM’s, een uitwisselbaar component of verbindingssysteem met de uitrusting).

PBM is ingedeeld in 3 categorieën : 

Categorie 1:  

De lijst van de risico’s die in deze categorie voorkomen zijn als volgt vastgesteld:
- Oppervlakkige mechanische risico’s.
- Contact met licht schadelijke onderhoudsproducten
- Contact met water.
- Contact met warme oppervlakken (< 50°).
- Oogschade als gevolg van blootstelling aan zonlicht (andere dan deze die optreden tijdens een zonobservatie).
- Niet extreme weersomstandigheden.

De producten hebben een interne controle ondergaan van de productie (Module A), voorzien in bijlage IV.

Categorie 2 : 

Dit zijn alle risico’s die niet toebehoren aan categorie I en III.
De producten zijn onderworpen aan een EU type onderzoek (model B), voorzien in bijlage V, gevolgd door typeconformiteit op basis van de interne productiecontrole (module C), voorzien in bijlage VI.

Categorie 3: 

Categorie III omvat uitsluitend de risico’s die zeer ernstige gevolgen kunnen hebben zoals de dood of risico’s
die onomkeerbare schade kunnen toebrengen aan de gezondheid, met betrekking tot:

- Substanties of mengelingen gevaarlijk voor de gezondheid.
- Atmosferen met een tekort aan zuurstof.
- Schadelijke biologische stoffen: ioniserende straling.
- Warme omgeving, waarvan de effecten vergelijkbaar zijn met die van een luchttemperatuur ≥ 100° C.
- Koude omgeving, waarvan de effecten vergelijkbaar zijn met die van een luchttemperatuur ≤ -50°C.
- Vallen van een hoogte.
- Elektrische schokken en werken onder spanning.
- Verdrinking.
- Sneden door een handkettingzaag.
- Hogedruk waterstralen.
- Schot- of steekwonden.
- Schadelijk lawaai.

De producten zijn onderworpen aan een EU type onderzoek (module B) zoals bedoeld in bijlage V en één van onderstaande modules:
- Typeconformiteit op basis van de interne productiecontrole en produktcontroles onder toezicht met willekeurige tussenpozen (module C2), zoals bedoeld in bijlage VII.

- Typeconformiteit op basis van de verzekering van de kwaliteit van de productiemethode (module D).


>> PBM’s en de Europese normen

De richtlijn 2016/425 heeft niet als doel om de beschermingsnormen vast te leggen; zij verwijst naar de normen vastgelegd door het ECN (Europees Comité voor de Normalisatie).
 
Wat is een norm?

Een norm is het geheel van technische regels die de geschikte en essentiële eigenschappen van een product (of werkwijze) vastleggen met als doel de kwaliteit, de werkingswijze en de weerstand te garanderen.
 
Tot wat dient een norm?

Een norm heeft het voordeel items te kunnen standaardiseren, harmoniseren en vergelijken.
Hij vergemakkelijkt dus de keuze van de verbruiker en verbetert zijn veiligheid en vertrouwen in het product.
 
In een norm verplicht?
In principe komt een norm voort uit een consensus (onderhandeling) tussen alle betrokken partners die zich ertoe verbinden om een gemeenschappelijke tekst op te stellen.

Niettemin heeft de normalisatie, op sommige gebieden, een verplichtend karakter aangenomen: veiligheid, gezondheid en hygiëne, de strijd tegen fraude, de rationalisatie bij uitwisseling, bescherming van het milieu.

De verschillende normen zijn beschikbaar bij het Frans Agentschap voor de Normalisatie (A.F.N.O.R.).

Algemene opmerkingen:

De normen, alsook alle opgegeven informatie in dit document, zijn niet alomvattend en kunnen op elk moment evolueren.

Zij dienen ter indicatie en kunnen in geen enkel geval onze verantwoordelijkheid inroepen.

Voor zover van toepassing, het is aan de lezer van deze catalogus om nuttige en officiële documenten te verkrijgen om de exacte inhoud van elke norm te controleren.
 
 

 

dut
1